OpenVPN-client instellen op een GL.iNet travel router
Door de redactie van TravelRouter.nl · bijgewerkt op 11 oktober 2026 · 6 min lezen
Een OpenVPN-client stel je op een GL.iNet-router in door een .ovpn-configuratiebestand te uploaden, zo nodig je gebruikersnaam en wachtwoord in te vullen en de verbinding te starten. OpenVPN is trager dan WireGuard, maar handig als je dienst of eigen server alleen OpenVPN aanbiedt of als je via TCP door een streng netwerk moet. Hieronder lees je hoe het werkt in firmware 4.x.
In het kort
- ✓OpenVPN werkt met .ovpn-bestanden die je bij je VPN-dienst of eigen OpenVPN-server downloadt.
- ✓Firmware 4.8 en ouder: VPN > OpenVPN Client. Firmware 4.9 en nieuwer: VPN > VPN Client Profile, met het protocol rechtsboven op OpenVPN.
- ✓De router kent vier soorten authenticatie: geen, alleen gebruikersnaam en wachtwoord, alleen passphrase, of alle drie.
- ✓De gebruikersnaam en het wachtwoord voor OpenVPN zijn bij veel diensten aparte 'service credentials', niet je gewone inloggegevens.
- ✓Probeer eerst UDP; stap pas over op TCP bij instabiele verbindingen of pakketverlies.
- ✓Zet na het verbinden de kill switch aan in het VPN Dashboard.
Stappenplan
- 1
Download een .ovpn-bestand
Haal bij je VPN-dienst een OpenVPN-configuratie op voor de gewenste server, of exporteer een clientconfiguratie van je eigen OpenVPN-server. Noteer ook de eventuele service-inloggegevens.
- 2
Open de OpenVPN-client
Log in op het admin panel (standaard 192.168.8.1) en ga naar VPN > OpenVPN Client, of in firmware 4.9 en nieuwer naar VPN > VPN Client Profile en kies rechtsboven OpenVPN.
- 3
Voeg handmatig toe
Klik op Add Manually, geef de nieuwe groep een duidelijke naam en upload het .ovpn-bestand of een zip met meerdere bestanden.
- 4
Vul de inloggegevens in
Vraagt het profiel om authenticatie, vul dan gebruikersnaam, wachtwoord en/of passphrase in en klik op Apply.
- 5
Start de verbinding
Klik op de drie puntjes naast het profiel en start de verbinding. Een groene stip betekent dat de tunnel staat.
- 6
Controleer en zet de kill switch aan
Bekijk in het VPN Dashboard de status, controleer je publieke IP-adres en activeer de kill switch voor de tunnel.
Wanneer kies je voor OpenVPN?
OpenVPN is een open-source VPN-protocol dat al jaren breed wordt gebruikt. Op GL.iNet-routers is het standaard aanwezig in firmware 4.x. In de praktijk kies je er vooral voor in deze situaties:
- Je VPN-dienst of werkgever biedt alleen OpenVPN-configuraties aan.
- Je hebt thuis al een OpenVPN-server draaien, bijvoorbeeld op een NAS of een andere router.
- Je zit op een netwerk waar UDP-verkeer wordt geblokkeerd en je via TCP verbinding wilt maken.
Kun je kiezen, dan is WireGuard meestal de betere keuze: sneller, eenvoudiger en zuiniger met de processor. GL.iNet geeft zelf aan dat WireGuard aanzienlijk beter presteert dan OpenVPN.
Wat heb je nodig?
- Een GL.iNet-router met firmware 4.x, zoals de GL-E5800 Mudi 7, GL-MT3000 Beryl AX of GL-AXT1800 Slate AX.
- Een of meer .ovpn-bestanden. Grote zipbestanden met honderden servers kunnen te groot zijn om te uploaden; GL.iNet adviseert dan om alleen de servers die je nodig hebt in de zip te laten, of één los .ovpn-bestand te uploaden.
- Eventuele inloggegevens. Veel diensten gebruiken voor handmatige OpenVPN-verbindingen aparte 'service credentials' die je in je accountomgeving vindt. Dat zijn dus niet je e-mailadres en gewone wachtwoord.
Waar zit de OpenVPN-client?
- Firmware 4.8 en ouder: VPN > OpenVPN Client.
- Firmware 4.9 en nieuwer: OpenVPN en WireGuard zijn samengevoegd in VPN > VPN Client Profile. Rechtsboven wissel je naar OpenVPN. Volgens GL.iNet is alleen de indeling veranderd; de werking is gelijk gebleven.
Voor één dienst heeft GL.iNet een ingebouwde OpenVPN-koppeling, waarbij je met je service-inloggegevens inlogt en de router de configuraties zelf ophaalt. Voor alle andere diensten en voor je eigen server gebruik je Add Manually.
Stap voor stap handmatig instellen
Bestand uploaden
Klik op Add Manually. De router maakt links een nieuwe groep aan. Geef die een herkenbare naam, bijvoorbeeld de naam van je dienst of 'thuis'. Upload daarna het .ovpn-bestand of een zip met meerdere bestanden.
De juiste authenticatie
GL.iNet ondersteunt vier varianten:
- Geen authenticatie: alle sleutels en certificaten zitten in het bestand.
- Alleen gebruikersnaam en wachtwoord: gebruikelijk bij commerciële diensten.
- Alleen passphrase: als de private key in het bestand met een wachtwoord is beveiligd.
- Gebruikersnaam, wachtwoord en passphrase: een combinatie van beide.
Vul in wat je bestand vraagt en klik op Apply. Het profiel verschijnt in de lijst.
Verbinden
Klik op de drie puntjes rechts naast het profiel en start de verbinding. Een groene stip naast de configuratie betekent dat de tunnel actief is. In VPN > VPN Dashboard zie je de details: server, virtueel IP-adres, verkeer en een log.
UDP of TCP?
Een OpenVPN-configuratie gebruikt UDP of TCP. GL.iNet legt het verschil zo uit: UDP is sneller maar minder betrouwbaar, TCP is betrouwbaarder maar trager. UDP past beter bij streaming, bellen en gamen; TCP bij e-mail, browsen en bestandsoverdracht. Het advies van GL.iNet is om eerst UDP te proberen en alleen naar TCP te gaan als je last hebt van instabiele verbindingen of pakketverlies. Op sommige hotel- en bedrijfsnetwerken komt alleen TCP-verkeer naar buiten; dan is een TCP-profiel de enige optie.
Controleren of het verkeer door de tunnel gaat
Open op een apparaat dat met de router verbonden is een IP-checkwebsite. Zie je het IP-adres en de locatie van de VPN-server, dan werkt het. Zie je nog het adres van het hotel of je mobiele provider, controleer dan of je in het VPN Dashboard een policy hebt ingesteld die dit apparaat uitsluit. Met VPN policy routing kun je bewust kiezen welke apparaten of domeinen via de tunnel gaan.
Let ook op DNS: standaard gebruikt verkeer door de tunnel de DNS-servers die de VPN meegeeft. Wil je zelf versleutelde DNS gebruiken, lees dan DNS over HTTPS.
Kill switch en lekken voorkomen
Een VPN die onverwacht wegvalt, mag je verkeer niet onbeschermd laten doorlopen. Sinds firmware 4.8 heeft elke tunnel een eigen kill switch, die volgens GL.iNet standaard aanstaat zodra je een tunnel activeert. Daarnaast kun je met de Enhanced Kill Switch al het verkeer blokkeren dat niet door een VPN gaat. Alle details lees je in VPN kill switch instellen.
Veelvoorkomende problemen
- Geen verbinding na het uploaden: controleer de inloggegevens. Gebruik je per ongeluk je gewone accountwachtwoord in plaats van de service credentials, dan weigert de server.
- Bestand te groot: haal overbodige .ovpn-bestanden uit de zip of upload één bestand.
- Trage verbinding: OpenVPN vraagt veel van de processor. GL.iNet noemt 30 tot 50 procent van de testsnelheid normaal met een VPN. Kies een dichterbij gelegen server, probeer UDP in plaats van TCP, of stap over op WireGuard. Bij mobiele verbindingen kan een lagere MTU helpen.
- Captive portal werkt niet: zet de VPN uit, log in op de hotelwifi en zet de VPN daarna weer aan.
- Netwerk blokkeert VPN: sommige netwerken en landen blokkeren VPN-verkeer. Een TCP-profiel helpt soms; respecteer wel de regels van het netwerk en de lokale wetgeving.
Je eigen OpenVPN-server
Heb je twee GL.iNet-routers, dan kun je er één thuis als OpenVPN-server inzetten en de andere als client onderweg. Daarvoor heb je thuis een publiek IP-adres nodig. Op de server kies je een van drie authenticatiemodi, en die bepaalt wat je straks op de client invult:
- Certificate Only: de server maakt certificaten en sleutels aan en zet ze in het clientbestand. Op de client hoef je niets extra's in te vullen.
- Username/Password Only: het bestand bevat geen certificaatsleutels. Je maakt eerst een gebruiker aan op het tabblad Users en vult die gegevens op de client in.
- Username/Password and Certificate: eerst wordt het certificaat gecontroleerd en daarna gebruikersnaam en wachtwoord. Dit is de strengste optie.
Op de server kies je ook tussen Tun en TAP-S2S als apparaatmodus en tussen UDP en TCP. Voor gewoon reizen is Tun met UDP de gebruikelijke keuze. Hoe dat werkt en waarom WireGuard daar meestal handiger voor is, lees je in eigen VPN-server thuis. Kom je achter CGNAT te zitten, dan is Tailscale een alternatief.
Gebruik je de router voor werk, kijk dan ook naar thuiswerken vanuit het buitenland: veel bedrijven hebben eigen regels voor VPN-gebruik.
Veelgestelde vragen
+Wat is het verschil tussen een OpenVPN-client en een OpenVPN-server?
De client maakt verbinding met een server ergens anders, bijvoorbeeld een VPN-dienst of je router thuis. De server wacht op verbindingen van clients. Op je travel router stel je meestal de client in.
+Waar vind ik de OpenVPN-client in firmware 4.9?
In VPN > VPN Client Profile. Rechtsboven schakel je tussen WireGuard en OpenVPN.
+Welke gebruikersnaam en welk wachtwoord moet ik invullen?
Bij veel diensten zijn dat speciale service credentials voor handmatige configuratie, te vinden in je accountomgeving. Je gewone e-mailadres en wachtwoord werken dan niet.
+Kies ik UDP of TCP?
Begin met UDP, dat is sneller. Schakel naar TCP als de verbinding instabiel is of als het netwerk UDP blokkeert.
+Waarom is OpenVPN trager dan WireGuard?
OpenVPN gebruikt meer rekenkracht voor versleuteling en heeft meer overhead. Op een travel router met beperkte processor merk je dat direct in de snelheid.
+Kan ik meerdere OpenVPN-profielen opslaan?
Ja. Je kunt een zip met meerdere .ovpn-bestanden uploaden en vervolgens per profiel kiezen met welke server je verbindt.
Bronnen
- GL.iNet Docs – Set Up OpenVPN Client
- GL.iNet Docs – VPN Client Profile
- GL.iNet Docs – OpenVPN, TCP vs UDP
- GL.iNet Docs – VPN Dashboard
- GL.iNet Docs – Why is my VPN speed slow?
- OpenVPN – Community
Samengesteld en gecontroleerd door de redactie van TravelRouter.nl.